Categorie archief: Elektronica

‘Desktop’-pc ziet zijn einde naderen

Eind vorig jaar gebeurde voor het eerst wat analisten al een jaar of vijf hadden voorspeld: er werden wereldwijd meer laptops verkocht dan klassieke desktoppc’s. Niet véél meer (er gingen volgens het Amerikaanse marktonderzoeksbureau iSuppli welgeteld honderdduizend meer laptops dan desktops over de toonbank, en dan nog uitsluitend tijdens de zomermaanden van 2008), maar toch: de verhouding tussen verkochte desktop- en laptoppc’s is ondertussen fifty-fifty, terwijl de laptop pakweg zeven jaar geleden nog een nichetoestel was. De bureaupc, die binnen twee jaar zijn dertigste verjaardag viert, is duidelijk terrein aan het prijsgeven. Volgens analistenbureau IDC zal het aandeel van laptops eind dit jaar alvast 55 procent van de computermarkt innemen, en die opmars gaat wellicht nog verder. “De verkoop van desktoppc’s blijft vlak, terwijl de laptop nog steeds wereldwijd een groei van meer dan tien procent ziet”, zegt Jim Wong, productdirecteur van de Amerikaanse computerfabrikant Acer. “De wereldwijde economische crisis zal wel een factor zijn, maar ze verklaart de discrepantie tussen bureaupc’s en laptops niet.”intel-20_jaar_pc-01

Die meerverkoop van laptops duikt bovendien op in de twee belangrijkste gebruikerssegmenten: professionele gebruikers zijn veel vaker op de baan dan vroeger dankzij de opmars van thuiswerken, en ook voor privégebruik hebben consumenten liever een lichtere, mobielere pc dan het traditionele model, dat uit vier of meer componenten bestaat (computer zelf, toetsenbord, muis, scherm, eventuele luidsprekers) en op zijn minst een halve werktafel inneemt.

De laptop vormt echter niet de enige bedreiging voor de klassieke bureaupc. Een nieuwe kaper op de kust, die nauwelijks anderhalf jaar geleden ineens uit het niets opdook, is de netbook: een miniatuurlaptop die zich perfect kwijt van alle eenvoudige computertaken (zoals surfen of tekstverwerken), maar wel minder dan half zo groot is dan de gemiddelde laptop. Die lijkt in de eerste plaats een bedreiging voor de laptop, maar volgens Jim Wong van Acer, dat wereldwijd de marktleider is in de verkoop van netbooks, is dat een veronderstelling die niet klopt. “We zien slechts een kannibalisatie van vijf à tien procent in het aantal verkochte laptops. De rest zijn dus gebruikers die vooral voor het gebruiksgemak en de ‘value for money’ gaan.”

Ook binnen het segment van de ‘staande’ pc’s krijgt het klassieke model concurrentie. De laatste jaren is er een stille remonte ontstaan van een computervorm die in de vroege jaren ’90 snel uitstierf maar daarvoor relatief succesvol was: de huiscomputer. In de jaren ’80 brachten elektronicamerken als Commodore, Philips en Amstrad elk hun eigen computer op de markt, elk met een eigen besturingssysteem en met software die niet op andere computers werkte. De bedoeling van die toestellen was in de eerste plaats om in de huiskamer terecht te komen, waar ze werden aangesloten op het televisietoestel. In de late jaren ’80 en vroege jaren ’90 kozen particuliere consumenten echter voor een computervorm die tot dan toe vooral in het bedrijfsleven werd gebruikt: de Windowspc, die veel krachtiger was dan al die huiscomputers en met uniforme software werkte. Daardoor richtte de consument  een speciale plaats in zijn huiskamer in voor een toestel dat daar eigenlijk niet voor gemaakt was.

En nu wil diezelfde consument de pc daar weg. Hij moet opgaan in het meubilair van de huiskamer, en er dus veel mooier uitzien. Computermakers brachten de afgelopen jaren pc’s op de markt die zo klein zijn dat ze kunnen worden weggemoffeld in het tv-rekje (zoals de Mac Mini van Apple en de Nova van de Taiwanese fabrikant Asus) en, zoals vroeger, rechtstreeks op het televisietoestel kunnen worden aangesloten. Een ander model dat bijzonder populair aan het worden is, zijn pc’s waarin het scherm geïntegreerd is, zodat de gebruiker in essentie slechts één toestel in zijn huiskamer heeft staan. Het beste voorbeeld daarvan is de iMac van Apple, die reeds van bij het allereerste model in 1998 uit één stuk bestaat. Maar ook andere computerfabrikanten brachten soortgelijke toestellen op de markt, en innoveerden het concept zelfs een beetje: computerbouwer Hewlett-Packard bracht vorig jaar bijvoorbeeld de TouchSmart-pc op de markt, een alles-in-éénpc die over een aanraakscherm beschikt en dus voor de eenvoudigste handelingen zelfs geen toetsenbord of muis meer nodig heeft.

Advertenties

Acer denkt aan netbook met Google Android

De Taiwanese computerfabrikant Acer werkt aan een minilaptop (een zogeheten netbook) die op Google’s Android-besturingssysteem werkt in plaats van op Microsofts alomtegenwoordige Windows. Dat zei Jim Wong, hoofd informaticaproducten bij Acer, gisteren tijdens een grotere productvoorstelling van het bedrijf. De netbook in kwestie is nog maar een prototype, dus het is niet zeker of en wanneer hij in de winkel komt. “Maar we hebben een werkend model”, zegt Wong. “Niets houdt ons dus tegen om het in de handel brengen.”

USA/
Het is de eerste keer dat Google daarmee zijn besturingssysteem rechtstreeks in concurrentie brengt met de hegemonie van Windows. Android was aanvankelijk bedoeld als besturingssysteem voor mobiele telefoons. Maar die beginnen meer en meer alle functies van een volwaardige computer te krijgen, terwijl er vorig jaar een nieuwe pc-vorm is opgestaan, de netbook, die dichter bij de mobiele telefoon staat. Niet toevallig is dat in geen tijd een erg populaire pc-vorm geworden, die zowel wordt aangekocht door instapgebruikers als door mobiele computerfreaks.

Volgens marktstudiebureau Gartner zullen netbooks dan ook een stevige verkoopsgroei meemaken, en een belangrijk segment worden in de pc-markt. Dat in tegenstelling tot traditionele laptops, die slechts een kleine groei zulen kennen, en bureaupc’s, waarvan de verkoop zeker het komende jaar vlak zal blijven. Vorig jaar werden er wereldwijd 12 miljoen netbooks verkocht, waarvan Acer er vijf miljoen sleet en daarmee de marktleider is.

Tot nu toe werden netbooks bij voorkeur uitgerust met het oudere Windows XP-besturingssysteem. De volgende versie van Microsofts besturingssysteem, Windows 7, werd echter zo gebouwd dat het ook op netbooks draait. Maar als Acers Android-netbook op de markt komt, wordt dat een geduchte concurrent voor die nieuwe Windowsversie, waarvan de verdiensten nog onbewezen zijn.

google-android-ui
“We wegen de twee constant tegen elkaar af”, zegt Wong. “Ze hebben beiden een nadeel: Android is minder sterk op gebied van algemene computertoepassingen, Windows 7 moet zich gewonnen geven wat mobiel gebruik betreft.”

Nintendo DSi blijft maar een speeltje

De gisteren gelanceerde Nintendo DSi, een opvolger voor de waanzinnig succesvolle DS-zakconsole, probeert iets meer te doen dan alleen maar games afspelen. Het bevat onder meer een muziekspeler en een fotocamera. En toch, zo wordt duidelijk na een eerste test, concurreert de DSi niet met andere algemene multimediatoestellen als de Apple iPhone of de Sony PSP: daarvoor zijn ook de niet-gametoepassingen in het toestel te speels.

Japan Nintendo

Toen in 2004 de strijd tussen twee nieuwe draagbare spelconsoles werd aangekondigd, Nintendo met zijn Game Boy-opvolger DS en Sony met uitdager PSP, wedde zo goed als iedereen op die laatste. De PSP had namelijk veel krachtigere interne hardware, en kon meer aan dan alleen maar videogames: het toestel kon ook worden gebruikt als een mp3-speler, en dankzij het veel betere beeldscherm konden er ook videofilms op worden bekeken. Voor een hoop PSP-eigenaars was het dan ook zo goed als onbegrijpelijk dat de Nintendo DS in geen tijd de overhand nam, en vier jaar later de kaap van de 100 miljoen verkochte exemplaren bereikte. De PSP deed tot nu toe nog geen 50 miljoen toestellen over ’s werelds toonbank glijden.
En dat terwijl men met de DS eigenlijk niet veel meer kan dan videogames spelen. Dat is namelijk altijd al de strategie van Nintendo geweest: focussen op games, en op games alleen. De twee jaar later op de markt gebrachte Wii-huiskamerconsole bevatte al wat meer mogelijkheden voor niet-gamers, waaronder een bijzonder handige internetbrowser, maar bleef toch nog een eind achter bij concurrenten Xbox 360 en PlayStation 3: het toestel heeft bijvoorbeeld geen speciale mp3- en videospeler voorgeïnstalleerd, en kan ook geen dvd’s afspelen. Dat hoeft allemaal niet, opperde Nintendo-opperhoofd Satoru Iwata eind 2006, tijdens de voorstelling van de Wii: “Onze doelgroep heeft al andere toestellen in huis waarop ze muziek kan afspelen en films bekijken.”

nintendo-dsi

Maar ondertussen gebeurde er iets compleet onverwachts: de Apple iPhone, met zijn ondertussen meer dan 6.000 beschikbare videogames, toonde voor het eerst dat een zaktoestel dat voor meerdere doeleinden wordt gebruikt ook een relevante spelconsole kan zijn. En ook Sony’s PSP kreeg de afgelopen twee jaar, ondanks een behoorlijk flauw aanbod aan beschikbare games, toch nog een beetje panache toen Sony zijn marketing voor het toestel ook naar niet-gamers begon te richten. Het publiek dat videogames speelt is, mede dankzij de inspanningen van Nintendo, zo groot geworden dat het begint over te vloeien in een bredere doelgroep van digitale mediagebruikers. Daarom ook lanceerde Nintendo voor zijn DSi de, naar eigen zeggen, grootste reclamecampagne die het bedrijf ooit heeft gedaan voor een nieuw toestel, en werd die miljoeneninspanning vooral gericht op een massapubliek. In die reclamecampagne wordt voor het eerst gegoocheld met toepassingen die in essentie niets met videogames te maken hebben: de twee ingebouwde fotocamera’s bijvoorbeeld, of de ingebouwde SD-kaart waarmee digitale muziek kan worden beluisterd of foto’s kunnen worden bekeken.

Toch blijft Nintendo volhouden dat het niet probeert te concurreren met toestellen als de iPod Touch en zelfs de Sony PSP. En na een eerste speelsessie met de DSi snapt men meteen wat ze daarmee bedoelen: alle multimediatoepassingen in het toestel hebben nog steeds een bijzonder speels kantje. De twee camera’s (één vooraan, één achteraan) leveren bijvoorbeeld een bijzonder flauwe beeldkwaliteit, en zijn in essentie uitsluitend bruikbaar voor de software die op de DSi wordt afgespeeld. In de toekomst zullen dat games zijn, maar de DSi bevat standaard alvast een programma waarmee u grappige effecten aan uw foto’s kunt toevoegen, zoals verkleuringen, spiegeleffecten, graffiti, enzovoort.
Hetzelfde geldt voor de ingebouwde muziekspeler. Als Nintendo hiermee zou willen concurreren met bestaande toestellen, zouden ze de bal alvast flink misslaan: het toestel kan niet eens muziekbestanden in het populaire mp3-formaat afspelen, en houdt het bij bestanden met de veel minder bekende AAC-codering. Het merendeel van de gebruikers moet dus zijn mp3’s eerst naar dat bestandsformaat overzetten om ze op zijn DSi te kunnen afspelen. De mogelijkheden van de muziekspeler zijn al even ludiek: met speciale schuifregelaars kan de diepte van het geluid worden verhoogd en verlaagd, zodat de zang in een bepaald nummer ineens een bariton of een heliumstemmetje. Dat gaat ook met zelf ingesproken opnamen, want de DSi heeft – net als zijn voorganger – een ingebouwde microfoon.

090219_nintendo_dsi_par

Maar voor de oude doelgroep, spelers van videogames, is de DSi wel een relevante en misschien zelfs noodzakelijke update. De schermpjes zijn groter dan het oude DS-model, de behuizing zit beter in de hand dankzij een soort antislipstof, en ook het iets grotere pennetje werkt handiger. Bovendien leveren de foto- en stemvervormers een schat aan ‘user generated content’, die tussen verschillende DSi-toestellen kan worden gewisseld en in de toekomst ook kan worden gebruikt in games. Maar het toestel gaat vooral veel gemakkelijker online via draadloos internet, en bevat ook een downloadwinkel waarop in de toekomst nieuwe games kunnen worden gekocht. Digitale distributie van nieuwe videogames wordt in de toekomst namelijk belangrijker: uit een recent onderzoek van het Amerikaanse marktstudiebureau NPD blijkt dat 25 procent van de ondervraagde gamers al liever zijn spelletjes downloadt dan ze in de winkel te kopen.

De Nintendo DS was de enige spelconsole waarop dat nog niet mogelijk was.  De drie huiskamerconsoles hebben allemaal een eigen downloadwinkel waarop al gretig nieuwe videogames worden gekocht (op Microsofts Xbox 360-console zijn sommige games al meer dan een miljoen keer gedownload), ook de draagbare Sony PSP kan games downloaden, en mobiele gamedownloads werden in geen tijd populair dankzij de Apple iPhone.
Dat is ook de reden waarom Nintendo de DSi in essentie op de markt zet als een compleet nieuwe console: met 100 miljoen reeds verkochte toestellen schurkt Nintendo tegen marktverzadiging aan, en begint het bedrijf  te mikken op vervangverkopen en marktuitbreiding binnen de gezinnen die al een DS in huis hebben. “We willen een trend creëren waarin verscheidene gezinsleden hun eigen DSi hebben, waarop hun eigen software geïnstalleerd staat”, zei Iwata twee maanden geleden tijdens de Japanse voorstelling van de DSi.

De USB-key die ook echt een sleutel is

Dit is schitterend. Ronduit fantastisch is dit. Na al die USB-keys die ondergetekende kwijtspeelde omdat ze met een fragiel ringetje aan zijn sleutelbos hangen, komt fabrikabt LaCie eindelijk met de oplossing: een volwaardige, robuuste USB-key in de vorm van een Yale-sleutel. Komt binnenkort op de markt, aan prijzen vanaf 10 euro. En ik heb ‘m al, suckers!

iamakey_angle

Daar zijn de horlogetelefoons weer

Sinds de publieke opkomst van de mobiele telefoon, meer dan tien jaar geleden, hebben we al meermaals de aankondiging van een polshorloge met ingebouwde mobiele telefoon gezien. Merken als Casio hielden zich er in het verleden bijvoorbeeld mee onledig, telkens zonder veel succes. Want wie wil er nu een mobiele telefoon die constant op speaker staat? Nu wil de Koreaanse fabrikant LG Elecronics zich ineens ermee bemoeien met zijn G910 Watch Phone, en in één moeite komaf maken met al die klassieke euvels van de horlogefoon. Nu Bluetooth-headsets gemeengoed zijn geworden, is bijvoorbeeld dat speakerprobleem al van de baan, denkt LG. Bovendien bevat het ding de mogelijkheid om videogesprekken te voeren, kunnen er mp3’s en video’s op worden afgespeeld, en is het scherm aanraakgevoelig. Operator Orange wil het telefoonuurwerk in ieder geval op de Europese markt brengen, dus schrik niet als hij binnenkort in de winkels van dochteronderneming Mobistar ligt.

PD*26000200

Mobiele telefoons worden stilaan camerakillers

Waar het binnenkort ook wel eens mee zou kunnen afgelopen zijn, is de digitale compactcamera. Met ingebouwde camera’s die een beeldresolutie van 8 megapixel aanbieden, leveren mobiele telefoons van Samsung en Nokia een camera waarmee u perfect afdrukbare foto’s kunt maken. Dat lukt namelijk al vanaf 4 à 5 megapixel, dus u hebt zelfs al overschot. De camera in een betere mobiele telefoon komt daarmee in ieder geval dicht in de buurt van een gemiddelde compactcamera, die een beeldkwaliteit van 10 megapixel laat zien. Of zelfs erover: de Idou-mobilofoon van SonyEricsson bevat zelfs een ingebouwd fototoestel van 12 megapixel. Dat belooft ook voor de toekomst, want de megapixelwedloop voor mobilofooncamera’s is ondertussen al een jaar of vier bezig. Camerafoons kunnen nog atijd niet tippen aan de kwaliteit van digitale spiegelreflexcamera’s, die de laatste jaren ook al zwaar in richtprijs zijn gedaald, maar om op een spontaan fotomoment te worden bovengehaald is een mobilofoon, die u toch vaker op zak hebt, handiger dan een compactcamera.

picture_053_270x402

Eindelijk: de universele gsm-adapter

Tegen 2012 moet de eigenaar van een Nokia-mobilofoon in staat zijn om zijn toestel op te laden met een geleende stroomadapter van pakweg een SonyEricsson-telefoon. Of omgekeerd. Of met een van een ander merk. Fabrikanten Nokia, Motorola, LG, Sony Ericsson en Samsung hebben zich afgelopen maandag, samen met een hele resem aan Europese mobilofoonoperatoren, geëngageerd om voortaan voor alle toestellen een eenvormige connector te gebruiken. Er is zelfs al een technisch voorontwerp klaar van de nieuwe lader: als standaard wordt micro-USB gekozen, een afgeleide van de bekende standaard die groot is geworden dankzij zijn gebruik door pc-eigenaars. De mogelijkheden zijn enorm, menen de fabrikanten en operatoren: het wordt bijvoorbeeld ook eenvoudiger om mobiele telefoons aan te sluiten op een pc, en via die weg gegevens tussen de twee toestellen uit te wisselen. Ook vermindert de usb-standaard het stroomverbruik van een opladende mobilofoon met 50 procent. En een eenvormige stekkerstandaard is tout court een groenere oplossing: aangezien een gemiddelde gebruiker om de twee à drie jaar van gsm wisselt (sommige marktstudies, meestal uitgevoerd voor rekening van een fabrikant, spreken zelfs over anderhalf jaar), zijn er ook een hoop verschillende telefoonadapters die moeten worden gerecycleerd. Met een standaardstekker zou dat proces veel eenvoudiger worden, en zouden er bovendien gewoon minder adapters worden weggegooid: bij verlies of beschadiging van een mobilofoon wordt men sneller geneigd om zijn oude stekker als backup te houden.

g