De vuile boekjes van James Bond

In het populaire geheugen is James Bond een relatief respectvolle ladies’ man, en de vrouwen waarmee hij het aanlegt gewiekst, zelfzeker, en bewust van hun sensualiteit. Maar dat beeld komt uitsluitend uit de films: Ian Flemings boeken tonen een seksueel universum bedacht door iemand met een lichte obsessie voor billenknijperij, verkrachtingsfantasieën en lesbiënnes.

Ronald Meeus

In elk van de drieëntwintig James Bondfilms rijgt het hoofdpersonage een vrouw of twee, drie aan zijn lans, maar de seks blijft altijd relatief kuis: wanneer de camera het hoofdpersonage en diens gewillige prooi samen in bed vangt, is dat meestal tussen twee bedrijven door. De wetten van de multiplex. Het is niet hoe Ian Fleming, de auteur van de boekenreeks die tussen 1953 en 1966 werd gepubliceerd en waarop een klein dozijn van de films zijn gebaseerd, het deed: de Bond uit zijn boeken is een aan drank en benzedrine verslaafde vrouwengek, de vrouwelijke personages worden beschreven zoals een culinair recensent een met perfecte cuisson gebakken homp vlees kwalificeert, en de seks is – zeker in de latere boeken – bruut. Flemings vrouw, Ann O’Neill, zei ooit tegen literair criticus Evelyn Waugh dat ze vaak zat te schilderen in Goldeneye, hun huis op Jamaïca, “terwijl Ian in de kamer hiernaast pornografie zit uit te ratelen.”

Tegen de tijd dat Goldfinger (1964) in de cinemazalen draaide, de derde Bondfilm met Sean Connery, was Fleming (1908-1964) overleden. Het hele proces om de boeken om te zetten naar films had op dat moment al een aantal mislukte pogingen achter de rug. Toen filmmaatschappij MGM uiteindelijk kon doorgaan met het plan, werd er snel beslist om de films een tikkeltje braver te maken dan de uitdrukkelijk op exploitatie van seks en geweld gerichte boeken. Dankzij de films, die meteen veel succesvoller werden dan Flemings boekencyclus, kwam er dus een heel andere Bond in het collectieve geheugen: nog steeds een vrouwenzot, dat wel, maar een die iets respectvoller omgaat met de deernes die zijn pad kruisen. In Flemings boeken was hij uitgesproken losbandiger. Ergens in het begin van Moonraker, het tweede boek (maar uiteindelijk de elfde film, met ondertussen Roger Moore als Bond), geeft Fleming bijvoorbeeld een zeldzame kijk in Bonds vrijteijdsbestedingen: wanneer hij niet op missie is, spendeert hij veel van zijn avonden “door de liefde te bedrijven, met een nogal koude passie, met één van drie gelijkaardig ingestelde getrouwde vrouwen.”

Fleming

Lelijke hoer

Toen het duidelijk was dat hij een potentieel langlopende filmfranchise in handen had, huurde Albert Broccoli, de producent van zeventien van de Bondfilms, scenarist Dick Maibaum in om Flemings verhalen op te poetsen: gaten in de plot werden dichtgeplamuurd tijdens de omzetting naar de filmscripts, maar ook de van onvolwassen naar onverschrokken vies laverende seksuele teneur werd eruitgezwierd. De krolse namen van de vrouwelijke personages (zoals Pussy Galore uit Goldfinger, Honeychile Rider uit Dr. No of Kissy Suzuki uit You Only Live Twice) mochten blijven, maar al te uitdrukkelijke passages waarin seks de boventoon voert kregen zedig de schaar. In From Russia with Love, de vijfde roman, wordt bijvoorbeeld ingezoomd op de perfide seksuele appetijt van KGB-agente Rosa Klebb, een vrouw van achteraan de veertig die zowel mannen als vrouwen doet. Wanneer ze zich tooit in een négligé in een poging om Bonds uiteindelijke liefdesprooi, agente Tatiana Romanova, binnen te doen, zet Fleming die kleurrijke beschrijving ook om in actie. “Ze zag eruit als de oudste en lelijkste hoer op de wereld”, beschrijft hij Klebb.

De mannen komen in Flemings universum met zowat alles weg. Een aantal veroveringen (niet door Bond, maar toch) beginnen met een fikse kneep in de bil. Bond commandeert zijn meisjes ook. Wanneer hij Pussy Galore uit Goldfinger na een moeizame veroveringsstrijd sommeert om terug in bed te kruipen, schrijft Fleming: “Ze deed wat haar werd gezegd, als een gehoorzaam kind.” En vrouwen die niet meteen vallen voor de charmes van Bond, zijn meestal frigide of seksueel verdord. Het beste voorbeeld wat dat betreft komt uit Moonraker, waarin Fleming Bonds secretaresse Loelia Ponsonby (niét de veel bekendere Miss Moneypenny: dat is de secretaresse van M, Bonds baas) beschrijft: “Als ze niet snel zou trouwen, dacht Bond voor de honderdste keer, of een minnaar zocht, zou haar koele air van authoriteit snel ouwevrijsterachtig worden, en zou ze toetreden tot het leger van vrouwen die getrouwd waren met een carrière. Bond vertelde haar dat, vaak, en hij en de twee andere leden van de 00-sectie hadden op verscheidene momenten vastbesloten aanvallen gepleegd op haar deugdzaamheid. Ze had ze allemaal afgehandeld met dezelfde koele bemoedering (die ze, om hun ego’s te redden, voor zichzelf definieerden als frigiditeit).”

Pussy Galore uit 'Goldfinger' , de primordiale Bondgirl, in de film vertolkt door Honor Blackman.

Pussy Galore uit ‘Goldfinger’ , de primordiale Bondgirl, in de film vertolkt door Honor Blackman.

Lesbo’s en stemrecht

Een paar vrouwen uit Bonds boeken zijn koud in de schoot omdat ze seksueel beschadigd zijn. In The Spy Who Loved Me, een boek waarvan de makers van de film in 1977 alleen maar de titel overnamen, komt Bond slechts halfweg in het verhaal opdagen in een verhaal dat wordt verteld door het vrouwelijke hoofdpersonage Vivienne Michel, een late twintiger die door omstandigheden met twee ongure types vast komt te zitten in een verlaten motel. Michel heeft weinig geluk gehad in de liefde: haar twee vorige geliefden hadden zichzelf bij haar opgedrongen, en ook de twee boeven waarmee ze opgesloten zit in het verlaten etablissement hebben plannen in die richting – voordat ze uiteraard gered wordt dankzij de komst van Bond. Maar tegelijkertijd, weet Fleming, hunkert ze naar brute seks. “Alle vrouwen houden van een semiverkrachting. Ze worden graag genomen”, zegt ze uiteindelijk na een stevige beurt van Bond. “Het was Bonds zoete brutaliteit tegen mijn gekneusde lijf die deze liefdesdaad zo priemend wonderlijk maakte.”

Een andere reden waarom Bonds charmes niet meteen greep op vrouwen krijgen, is dat ze gewoon lesbisch zijn. Zie wat dat betreft opnieuw Pussy Galore in Goldfinger: in de film was ze gewoon moeilijk te krijgen. Wanneer ze in het boek in beeld komt is ze een volbloedlesbiënne, die tegelijkertijd de leidster is van een lesbische criminele bende. “Pussy krijgt de meisjes die ze wil”, zegt een mannelijk personage tegen Bond. “Ze consumeert ze in trossen – als druiven, als je me kunt volgen.”

Fleming leek tegelijkertijd gefascineerd en gedégoûteerd door vrouwen die van vrouwen houden. Eerder in Goldfinger vangt Bond bot bij Pussy’s vrouwelijke speeltje Tilly Masterson, maar dat ligt volgens hemzelf aan het feit dat ze geen vat meer heeft op haar hormonen. “Als het resultaat van vijftig jaar emancipatie begonnen vrouwelijke kwaliteiten uit te doven, of werden ze getransfereerd naar de mannen”, schrijft Fleming. “Mietjes in beide seksen waren overal, nog niet compleet homoseksueel, maar verward, niet wetend wat ze waren. Het resultaat was een kudde van ongelukkige seksuele misfits – dor en vol frustraties, met vrouwen die wilden domineren en mannen die wilden worden bemoederd.”

De Bond-persona uit de films, every inch a gentleman, lijkt wèl erg op die van de boeken.

De Bond-persona uit de films, every inch a gentleman, lijkt wèl erg op die van de boeken. Het is het universum (en vooral de vrouwen) rondom hem dat perfide is.

De Verlosser

Gelukkig is er, in al die verdorvenheid, de reddende figuur van Bond zelf, die – in tegenstelling tot de vrouwen die zijn pad kruisen – in Flemings boeken wėl erg lijkt op de Bond in de films. Strak in een kostuum van Angelo Roma, goeie manieren, charmante praat, every inch a gentleman. Precies wat de vrouwen wier pad hij kruist nodig hadden: de man die hen bevrijdt. Van een leven als ouwevrijster, bijvoorbeeld: in Live and Let Die legt hij het tegen alle verwachtingen in toch nog aan met de maagdelijke Solitaire, en in Moonraker warmt hij de undercoveragente Gala Brand op, die Fleming eerder in het boek in beeld brengt als “weer een Loelia Ponsonby. Gereserveerd efficiënt, loyaal, maagdelijk.”

Zelfs hun ontaarde seksuele voorkeur is geen obstakel voor Bonds bevrijdende charmes. Het meest in het oog springende voorbeeld daarvan komt uit Goldfinger, met Pussy Galore’s uiteindelijke ‘bekering’ door Bond. “Ze vertelden me dat je alleen van vrouwen houdt”, zegt Bond langs zijn neus weg na de uiteindelijke seks met Galore. En Fleming laat ze hem zelf binnenkoppen: “Ik had nog nooit een man ontmoet.”

(Dit stuk verscheen eerder in De Morgen.)

Advertenties

Reacties zijn gesloten.