Nintendo DSi blijft maar een speeltje

De gisteren gelanceerde Nintendo DSi, een opvolger voor de waanzinnig succesvolle DS-zakconsole, probeert iets meer te doen dan alleen maar games afspelen. Het bevat onder meer een muziekspeler en een fotocamera. En toch, zo wordt duidelijk na een eerste test, concurreert de DSi niet met andere algemene multimediatoestellen als de Apple iPhone of de Sony PSP: daarvoor zijn ook de niet-gametoepassingen in het toestel te speels.

Japan Nintendo

Toen in 2004 de strijd tussen twee nieuwe draagbare spelconsoles werd aangekondigd, Nintendo met zijn Game Boy-opvolger DS en Sony met uitdager PSP, wedde zo goed als iedereen op die laatste. De PSP had namelijk veel krachtigere interne hardware, en kon meer aan dan alleen maar videogames: het toestel kon ook worden gebruikt als een mp3-speler, en dankzij het veel betere beeldscherm konden er ook videofilms op worden bekeken. Voor een hoop PSP-eigenaars was het dan ook zo goed als onbegrijpelijk dat de Nintendo DS in geen tijd de overhand nam, en vier jaar later de kaap van de 100 miljoen verkochte exemplaren bereikte. De PSP deed tot nu toe nog geen 50 miljoen toestellen over ’s werelds toonbank glijden.
En dat terwijl men met de DS eigenlijk niet veel meer kan dan videogames spelen. Dat is namelijk altijd al de strategie van Nintendo geweest: focussen op games, en op games alleen. De twee jaar later op de markt gebrachte Wii-huiskamerconsole bevatte al wat meer mogelijkheden voor niet-gamers, waaronder een bijzonder handige internetbrowser, maar bleef toch nog een eind achter bij concurrenten Xbox 360 en PlayStation 3: het toestel heeft bijvoorbeeld geen speciale mp3- en videospeler voorgeïnstalleerd, en kan ook geen dvd’s afspelen. Dat hoeft allemaal niet, opperde Nintendo-opperhoofd Satoru Iwata eind 2006, tijdens de voorstelling van de Wii: “Onze doelgroep heeft al andere toestellen in huis waarop ze muziek kan afspelen en films bekijken.”

nintendo-dsi

Maar ondertussen gebeurde er iets compleet onverwachts: de Apple iPhone, met zijn ondertussen meer dan 6.000 beschikbare videogames, toonde voor het eerst dat een zaktoestel dat voor meerdere doeleinden wordt gebruikt ook een relevante spelconsole kan zijn. En ook Sony’s PSP kreeg de afgelopen twee jaar, ondanks een behoorlijk flauw aanbod aan beschikbare games, toch nog een beetje panache toen Sony zijn marketing voor het toestel ook naar niet-gamers begon te richten. Het publiek dat videogames speelt is, mede dankzij de inspanningen van Nintendo, zo groot geworden dat het begint over te vloeien in een bredere doelgroep van digitale mediagebruikers. Daarom ook lanceerde Nintendo voor zijn DSi de, naar eigen zeggen, grootste reclamecampagne die het bedrijf ooit heeft gedaan voor een nieuw toestel, en werd die miljoeneninspanning vooral gericht op een massapubliek. In die reclamecampagne wordt voor het eerst gegoocheld met toepassingen die in essentie niets met videogames te maken hebben: de twee ingebouwde fotocamera’s bijvoorbeeld, of de ingebouwde SD-kaart waarmee digitale muziek kan worden beluisterd of foto’s kunnen worden bekeken.

Toch blijft Nintendo volhouden dat het niet probeert te concurreren met toestellen als de iPod Touch en zelfs de Sony PSP. En na een eerste speelsessie met de DSi snapt men meteen wat ze daarmee bedoelen: alle multimediatoepassingen in het toestel hebben nog steeds een bijzonder speels kantje. De twee camera’s (één vooraan, één achteraan) leveren bijvoorbeeld een bijzonder flauwe beeldkwaliteit, en zijn in essentie uitsluitend bruikbaar voor de software die op de DSi wordt afgespeeld. In de toekomst zullen dat games zijn, maar de DSi bevat standaard alvast een programma waarmee u grappige effecten aan uw foto’s kunt toevoegen, zoals verkleuringen, spiegeleffecten, graffiti, enzovoort.
Hetzelfde geldt voor de ingebouwde muziekspeler. Als Nintendo hiermee zou willen concurreren met bestaande toestellen, zouden ze de bal alvast flink misslaan: het toestel kan niet eens muziekbestanden in het populaire mp3-formaat afspelen, en houdt het bij bestanden met de veel minder bekende AAC-codering. Het merendeel van de gebruikers moet dus zijn mp3’s eerst naar dat bestandsformaat overzetten om ze op zijn DSi te kunnen afspelen. De mogelijkheden van de muziekspeler zijn al even ludiek: met speciale schuifregelaars kan de diepte van het geluid worden verhoogd en verlaagd, zodat de zang in een bepaald nummer ineens een bariton of een heliumstemmetje. Dat gaat ook met zelf ingesproken opnamen, want de DSi heeft – net als zijn voorganger – een ingebouwde microfoon.

090219_nintendo_dsi_par

Maar voor de oude doelgroep, spelers van videogames, is de DSi wel een relevante en misschien zelfs noodzakelijke update. De schermpjes zijn groter dan het oude DS-model, de behuizing zit beter in de hand dankzij een soort antislipstof, en ook het iets grotere pennetje werkt handiger. Bovendien leveren de foto- en stemvervormers een schat aan ‘user generated content’, die tussen verschillende DSi-toestellen kan worden gewisseld en in de toekomst ook kan worden gebruikt in games. Maar het toestel gaat vooral veel gemakkelijker online via draadloos internet, en bevat ook een downloadwinkel waarop in de toekomst nieuwe games kunnen worden gekocht. Digitale distributie van nieuwe videogames wordt in de toekomst namelijk belangrijker: uit een recent onderzoek van het Amerikaanse marktstudiebureau NPD blijkt dat 25 procent van de ondervraagde gamers al liever zijn spelletjes downloadt dan ze in de winkel te kopen.

De Nintendo DS was de enige spelconsole waarop dat nog niet mogelijk was.  De drie huiskamerconsoles hebben allemaal een eigen downloadwinkel waarop al gretig nieuwe videogames worden gekocht (op Microsofts Xbox 360-console zijn sommige games al meer dan een miljoen keer gedownload), ook de draagbare Sony PSP kan games downloaden, en mobiele gamedownloads werden in geen tijd populair dankzij de Apple iPhone.
Dat is ook de reden waarom Nintendo de DSi in essentie op de markt zet als een compleet nieuwe console: met 100 miljoen reeds verkochte toestellen schurkt Nintendo tegen marktverzadiging aan, en begint het bedrijf  te mikken op vervangverkopen en marktuitbreiding binnen de gezinnen die al een DS in huis hebben. “We willen een trend creëren waarin verscheidene gezinsleden hun eigen DSi hebben, waarop hun eigen software geïnstalleerd staat”, zei Iwata twee maanden geleden tijdens de Japanse voorstelling van de DSi.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.