De nieuwe Wired: heel Amerika in één boekje

Een wissel in het Witte Huis is, zeker voor een Amerikaans magazine, een wereldgebeurtenis waaraan je gewoon een paar spreadjes moét wijden. Dat is gemakkelijk wanneer je nog relatief breed spoort als blad: ondergetekende herinnert zich een machtig afscheidsportret van Bill Clinton eind 2000, en een even gepaste introductie van diens toen al gedoodverfde geestelijke opvolger Barack Obama in mei vorig jaar, in nummers van het herenmagazine Esquire die hij op Amerikaanse luchthavens (respectievelijk Las Vegas en San Francisco) oppikte. Zelfs van dat soort bladen, die voor rekening van een rigide afgebakende doelgroep rijden, verwacht je niet anders. Maar geef zo’n evenement eens een zinvolle invulling als je een technologieblad uitgeeft, en je het je normaal gezien kunt permitteren om selectief wereldvreemd te zijn?

Het maandblad Wired grijpt het imperatieve van Obama’s inhuldiging dan maar aan om te onderzoeken hoe hij de wereldwijde informatiesnelweg zal inzetten als instrument voor verandering. Sinds de dagen van Bill Clinton en Al Gore, die zichzelf destijds onterecht als één van de founding fathers van het internet opwierp, is er namelijk niet meer zoveel aandacht van een Amerikaans toppoliticus naar het internet gegaan. Obama’s verkiezingscampagne gaf in ieder geval een goeie voorzet: hij sprak de natie toe via YouTube, en ronselde geld via reclameboodschappen in videogames. Maar het artikel stelt zich de vraag of hij daardoor geen al te hoge verwachtingen heeft geschapen: om de onwaarschijnlijke kracht van digitale en sociale media ten goede te laten komen van de Amerikaanse bevolking volstaat het namelijk niet om het wekelijkse radio address ook op YouTube uit te zenden. De communicatie moet in twee richtingen gebeuren, en daar stoot hij tegen twee problemen: de bureaucratie van de federale overheid, waar hij nu een deel van uitmaakt, en de politieke repercussies van de verhoogde transparantie, die Obama beoogt dankzij onlineprofielen, video’s, online geplaatste documenten en zelfs via wiki’s in elkaar gestoken wetsontwerpen. “De kleine maar alerte Obama-startup wordt geabsorbeerd door een stuurse, technologisch achterwaartse gigant: de federale overheid”, vat Wired het probleem samen.
ff_obama_580
Het is misschien een boetedoening voor de selectieve wereldvreemdheid die de redacteuren van Wired anders aan de dag leggen, maar ook een niet onbelangrijk deel van de overige verhalen en rubrieken in het blad gaan deze maand over de kopzorgen van de goed geïnformeerde Amerikaan – of tenminste de dingen die bij een degelijk geïnformeerde Amerikaan kopzorgen zouden moeten veroorzaken. Die vind je uiteraard niet in de productbesprekingen: daar rijden nog steeds een gamestuurwiel van 1.000 euro, een geïllustreerde atlas van de zeven wereldzeeën en een vergelijking van de beste opslagservers voor particuliere gebruikers op kop. Maar de maandelijkse ‘How to…’-rubriek heeft wellicht niet toevallig de golf van ontslagen in het Amerikaanse bedrijfsleven als rode draad: er wordt uitgelegd hoe je je job behoudt, hoe je een ontslagen collega troost, maar ook – het blad wordt nu eenmaal ook gelezen door Amerikanen die minstens halfweg op de sociale ladder staan – hoe je iemand zo pijnloos mogelijk de bons geeft.

Vervolgens wordt het uitdijende lichaam van de gemiddelde Amerikaan belicht. Op een wel erg vileine manier, dunkt ons: de geniepigaards namen de maat en het lichaamsgewicht van alle Playboy-playmates tussen 1956 en nu op (stond gewoon bij de foto’s), trokken daar een body mass index uit, en vergeleken die met die van de gemiddelde Amerikaanse vrouw. Conclusie: het door bladen als Playboy geadverteerde schoonheidsideaal wordt, elk nieuw nummer van het magazine dat in de winkelrekken ligt, minder haalbaar. “Playmates lijken minder op vrouwen, en meer op meisjes uit Japanse tekenfilms”, kopt het blad zelfs.
En dan is er de gecultiveerde ignorantie die door de Amerikaanse media wordt veroorzaakt. Minder en minder Amerikanen geloven dat de mens een product is van miljoenen jaren evolutie, of dat de mens verantwoordelijk is voor het opwarmen van het klimaat, en dat komt omdat er industrieën of machten zijn die daar verwarring over zaaien via uitgekiende pr en gesponsorde, pseudo-wetenschappelijke onderzoeken. Eigenlijk is het vreemd om dat als een pas ontdekte waarheid te moeten lezen in een blad dat wordt verslonden door de halve Amerikaanse Westkust, want je zou denken dat ze dat allang wisten. Maar ze verzonnen wel een mooie naam voor de trend: agnotologie. Of hoe een gemiddelde Amerikaan, in verwarring gebracht door al dat gelobby, gewoon niet meer geïnteresseerd is in de waarheid.

Volgens die maatstaf is Hugh Rienhoff, het onderwerp van een bloedmooi, acht pagina’s tellend doorleesstuk, dan toch geen doordeweekse Amerikaan. De man, gelukkig zelf een arts, probeert een middel te vinden tegen de mysterieuze ziekte van zijn vijfjarige dochter door – nucleotide per nucleotide – haar dna uit te kammen naar mogelijke oorzaken. Want ook dat is een Amerikaans verhaal, lijkt Wired te suggereren: ook Westkusters weten dat ze, ondanks de kopzorgen die hen als geen andere Amerikanen treffen, nog steeds in de home of the brave wonen.

ff_diygenetics_1_580

Schitterende editie van een schitterend magazine. Nog tot eind deze maand in de International Magazine Store. U kunt ook alle artikelen hier online lezen.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.