Wat heeft iedereen tegen ‘The Godfather III’?

Eergisteren, in het kielzog van de prachtig gerestaureerde eerste twee Godfathers, ook de derde herbekeken op Blu-Ray. De film die – tegen de chagrin van veel kijkers – van Coppola’s magistrale tweeluik een trilogie maakte, en die velen liefst zo snel mogelijk willen vergeten. Maar eigenlijk was de film nog zo kwaad niet. Toegegeven: hij mist de grandeur en de briljantie van de eerste twee prenten. Maar het is – naar Hollywoodnormen althans – nog steeds een prima brok cinema. ‘The Godfather, Part III’, een soort oefening in Cinéma Vérité (Coppola en schrijver Mario Puzo baseerden hun plotwendingen op waargebeurde verhalen die ze uit de krant haalden), is misschien niet de beste Godfather-film, maar wel misschien de belangrijkste, de hardste.
godfatheriii2

Het is het paneel dat de reeks afmaakt, en waarin opnieuw Coppola’s merkwaardige voorliefde voor grote tijdssprongen merkbaar is: er wordt een sprong van enkele tientallen jaren gemaakt, waarin topgangster Michael Corleone (Al Pacino) zijn zonden uit het verleden probeerde weg te werken door zijn misdaadimperium van zich af te schudden en een multinationaal bedrijf te runnen. Het is echter in die wereld dat hij de echte gangsters tegen het lijf loopt, en verplicht wordt om terug te keren naar de persona die hij verfoeit: het veelbelovende studentje dat een vechtgrage gangster werd. Belangrijker nog: het is een verhaal over hoe het hele waardensysteem dat van Corleone maakte wie hij is plotseling openscheurt aan de naad. Mooi, zeker nu de prachtige kleurencomposities van Coppola bijzonder goed tot hun recht komen op Blu-Ray.

Coppola nam zijn eerste Godfather-film op in een merkwaardig rood-geel patina, dat pas na de Blu-Ray-restauratie terug zichtbaar is voor het publiek, en duidelijk ook voor deze film werd gebruikt. Ik heb het binnenkort nog over de BD-restauraties van de Godfather-trilogie in een nieuw nummer van FWD: Magazine, dat in februari verschijnt.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.