Exegeet

Blu-Ray toont zelfs cellulitis!

mei 20, 2009 · Laat een reactie achter

Een goeie vriend kwam tot een teleurstellende ontdekking toen hij de Blu-Ray van ‘From Russia with Love’ zag: het in die tijden nog geen dertigjarige Bond-schoon verried dankzij het hogedefinitiebeeld een behoorlijke dosis celluliet op de bil. Als je ze op Blu-Ray afspeelt, zien filmklassiekers als The Godfather, From Russia with Love, Blade Runner, The French Connection en Bambi er dan ook uit alsof ze gisteren pas werden opgenomen. Dat komt omdat de Blu-Rayuitgaven van de meeste van die films het resultaat zijn van een doorgedreven digitale restauratie, waarbij het origineel beeldpunt per beeldpunt werd verbeterd.

from-russia-with-loveWanneer een film in de bioscoopzalen wordt gelanceerd, worden er een paar duizend kopieën gemaakt vanaf een duplicaat van het originele negatief, dat wordt bewaard in de kluizen van de filmmaatschappij. Maar ten tijde van de eerste twee Godfathers werden de distributiekopieën nog gemaakt op basis van het originele negatief zelf, dat recht van de montagetafel kwam. The Godfather is bovendien niet zomaar een film: gedurende de jaren ’80 werd hij enkele malen opnieuw gelanceerd in de cinema, met nieuwe kopieën die telkens weer vanaf dat originele negatief werden gemaakt. Dat geraakte daardoor zo verweerd dat het onbruikbaar werd: de vhs-versie van de film in de jaren ’80, en de dvd-box die in 2001 verscheen, werden al vanaf een kopie gemaakt.

Toen Coppola zijn twee Godfather-films liet restaureren, moesten de restaurateurs van filmmaatschappij Paramount eerst het originele negatief oplappen, zodat het éénmaal door een filmscanner kon worden gehaald. Dat alleen al was een zware klus: sommige filmspoelen waren zodanig vermangeld dat ze ondertussen met tape terug aan elkaar waren geplakt, en haast het volledige negatief hing vol met scheurtjes en vlekken. Eén filmspoel was zelfs verloren geraakt, en vervangen door een duplicaat.

Maar eens nadat verstevigde negatief was ingescand, was het eigenlijk niet meer nodig: het resultaat van die scanoperatie was een soort ‘digitaal negatief’, van waaruit de echte restauratie pas kon beginnen. Hedendaagse filmrestauraties gebeuren namelijk niet meer met de blote hand, maar op een computer. Eerst worden de ingescande spoelen verdeeld in individuele digitale frames, die vervolgens allemaal worden onderzocht op de sporen van fysieke beschadiging, scheurtjes, viezigheid en verkleuringen. Die worden vervolgens allemaal – meestal via geautomatiseerde processen – weggewerkt: op de plaats waar de beschadiging zich bevindt, wordt gewoon informatie uit een paar beelden ervoor of erna geplakt.
Tot slot volgt het belangrijkste deel van het proces: de kleuren van elk beeld worden – pixel per pixel – door de computer geoptimaliseerd om te worden bekeken in hoge definitie. Dankzij dat laatste procédé werden de kenmerkende kleuren van de eerste Godfather opnieuw tevoorschijn getoverd, en werd het ook toegepast op het iets minder verweerde negatief van The Godfather: Part II (1974), en op het nog zo goed als intacte negatief van The Godfather: Part III (1990), dat een standaard digitale ‘remastering’ kreeg.

Die restauratie maakt van de Godfather-collectie een ‘must-have’ voor wie thuis een Blu-Ray-speler en een aangepaste hd-televisietoestel heeft staan. Maar het is niet de enige filmklassieker die de afgelopen maanden een nieuw leven kreeg op Blu-Ray. Ook andere klassiekers als de Planet of the Apes-reeks, Blade Runner, The French Connection, een aantal van de vroege James Bond-films en de klassieke animatiefilms van Disney werden, danig digitaal opgelapt, op een Blu-Rayschijf gezet. Bij de meeste van die films is het resultaat even verbluffend als bij de Godfather-collectie: via de wonderlijke hogedefinitiebeelden die de blauwe schijfjes leveren zien klassiekers er even mooi, of zelfs mooier, uit dan toen ze de eerste keer werden vertoond in de cinema. Dat komt in de eerste plaats omdat er op een Blu-Ray vijf keer zoveel pixels per beeld kunnen worden opgeslagen dan op een dvd: alles kan dus met meer detail worden weergegeven. Gezichten vertonen meer rimpels, gelaatstrekken en textuur, en zien er dus ook merkbaar expressiever uit. Snel bewegende voorwerpen worden duidelijker weergegeven. Kleuren zijn veel warmer.
Een andere reeks Blu-Rayuitgaven waarbij er een merkbare verbetering te zien is ten opzichte van de dvd’s, zijn een aantal klassieke James Bond-films die eind vorig jaar op Blu-Ray werden verdeeld. Zeker bij de eerste drie films uit die reeks, drie van de zes prenten waarin Sean Connery nog gestalte gaf aan de Britse gentlemanspion, werd er deftig gerestaureerd. De kwaliteit van de allereerste Bondfilm, Dr. No, is verbazingwekkend, zeker als je bedenkt dat die film destijds met een relatief klein budget (een miljoen euro ongeveer) werd gedraaid. Dankzij de ingrepen van het Amerikaanse filmrestauratiebedrijf Lowry Digital ziet de Blu-Rayversie van de film er zelfs beter uit dan degene die in 1962 in de cinema werd gelanceerd. De scène waarin oer-Bondgirl Ursula Andress uit een caraïbisch strand opduikt, en die op zich al het collectieve geheugen van de cinemaganger heeft gehaald, ziet er op Blu-Ray nog onvergetelijker uit.

Opvolger From Russia With Love (1963) mocht, dankzij het succes van Dr. No, al heel wat meer kosten, en ziet er ook op Blu-Ray weer bijzonder goed uit. Hetzelfde kan worden gezegd over Live and Let Die (1973), de eerste Bond-film met Roger Moore. Alleen de Blu-Raybewerkingen van For Your Eyes Only (nog een Bond-prent waarin Roger Moore de hoofdrol speelt) en Thunderball (de vierde Bondfilm met Connery, uit 1965) vallen wat tegen: de eerste ziet er even flets uit als de versie die op dvd verscheen, en bij de tweede hebben de restaurateurs sommige sequenties blijkbaar gewoon vergeten op te kalefateren. Het geheim achter al die digitale restauraties is een procédé dat de restaurateurs ‘4K Scanning’ noemen: het beeld dat uit het negatief wordt ingescand wordt aan 4.096 beeldpunten per lijn geregistreerd (bij een gewone digitale videocamera worden traditioneel maar een paar honderd beeldpunten per lijn opgenomen), waardoor er een fimbestand ontstaat dat in essentie een digitale kopie van de originele filmspoel is. “Alle visuele informatie die op het negatief staat, letterlijk elk puntje, is ook opgeslagen in de digitale kopie”, zegt Alan Silvers, directeur business development bij het Amerikaanse filmrestauratiebedrijf Lowry Digital. “Er is – letterlijk – helemaal niets verloren gegaan. Elk beeldpunt dat destijds op het negatief werd gezet kan met de computer worden bewerkt.”

→ Plaats commentaarCategorieën: Film · Televisie

Interview Pam Grier (The L Word): ‘Ik doe niet aan comebacks’

mei 17, 2009 · Laat een reactie achter

Vijfendertig jaar geleden was Pam Grier, vooraan in de twintig en pas gearriveerd in Hollywood, al een bescheiden cinema-icoon: ze was de ster van ‘Blaxploitation’-films als ‘Coffy’ en ‘Foxy Brown’, prenten uit het B-circuit die vergeven waren van ruwheid en lust, en die voor het eerst het mainstreampubliek kennis lieten maken met de Afrikaans-Amerikaanse onderstroom. Maar dat liedje duurde niet lang. Eind jaren ’70 draafde ze al op in een gastrol in ‘The Love Boat’, en de twintig jaar die daarop volgden bracht ze door in de periferie van de Hollywoodindustrie, met vooral rollen in artistiekerige low-budgetfilms en een geregeld terugkerende rol in de tv-serie ‘Miami Vice’. Pas in 1997 werd ze terug opgevist door Quentin Tarantino voor de hoofdrol in ‘Jackie Brown’, een hommage aan het genre dat haar eventjes groot had gemaakt, en vier jaar geleden begon ze aan haar tweede carrière als icoon van een subcultuur: ze werd gecast als Kit Porter, het enige (min of meer ) heteroseksuele personage in de televisiereeks ‘The L Word’, en geldt nu als een lieveling van de lesboscene. Voor de producenten van de tv-serie over een stel lesbische twintigers en dertigers, die begin september aan haar vijfde seizoen begint op VijfTV, was Grier een godsgeschenk: een gevestigde actrice die al eventjes niets meer omhanden had, en die de serie wat geïmporteerde credibiliteit kon geven. pam_grier

“Ik voelde me zo vereerd”, zegt Grier. “De productieleiding had mijn intrede tot de cast als een verrassing gepland voor de anderen: ik werd stiekem de set op gesmokkeld, en ineens begon iedereen te juichen toen ze me zagen. Ik dacht: oh my god, wat een eer. Waarom willen ze in godsnaam mij hiervoor?”

Waarom wilde u het eigenlijk doen? Omwille van de inhoud van de reeks, of was u gewoon blij dat u werk had?

“Dat tweede ook, hoor. Maar ik ben heel sociaal en politiek geëngageerd – de reeks raakte bij mij een gevoelige snaar wat dat betreft. Ik wil constant geïnformeerd zijn, bijleren over de wereld, en heb een natuurlijke aversie voor stereotypering. De gemeenschap van gay, bisexuele en transsexuele vrouwen krijg je niet vaak van binnenuit te zien, maar toch slagen de makers van The L Word erin om hem accuraat te portretteren.”

Wat vindt u sympathiek aan uw personage?

“Ze is gewoon een persoon die op zoek is. Haar leven is niet gemakkelijk: ze draagt demonen uit haar verleden mee, er zijn kosten aan haar. Maar ze heeft haar leeftijd, en die leeftijd heeft haar wijsheid gebracht. Dus de obstakels waar ze zich overheen moet wroeten brengen de problemen van de andere personages in perspectief. Bovendien groeit samen met mijn personage het bewustzijn van de heterobuitenwereld ten opzichte van de gaygemeenschap. Er is al een tolerantie, een acceptatie, een comfortzone ten opzichte van lesbo’s, maar Kit verpersoonlijkt een verdere groei naar begrip.”

In seizoen vier exploreerde uw personage of ze zelf…

“…biseksueel is? Daar wordt fel over gediscussieerd onder fans van de serie, maar ik vind niet dat het klopt. Ze exploreerde haar seksualiteit, en ze werd geconfronteerd met de liefde van een andere vrouw en met de vraag of ze die kon accepteren. En belangrijker nog: of ze daar iets van kon teruggeven. Uiteindelijk bleek dat het niet lukte.”

Hebt u iets met stereotiepen? Ook in de jaren ’70 werd u bekend met films uit het ‘Blaxploitation’-circuit, dat een tegenbeweging vormde tegen de stereotiepe casting van Afrikaans-Amerikaanse acteurs en actrices.

189599~Foxy-Brown-Posters“Die benaming ‘Blaxploitation’ is gefabriceerd door Hollywood. Mensen zagen in films als ‘Foxy Brown’ voor het eerst een Afrikaans-Amerikaanse vrouw die niet op haar kop liet zitten. Maar voor mijzelf, en voor de omgeving waar ik vandaan kwam, was die zelfzekerheid iets heel natuurlijks. Ik kende gewoon niet die serviele rol die zwarte acteurs in Hollywood blijkbaar moesten spelen. Met die ‘attitude’ kwam ik vervolgens als jonge twintiger in de stad aan, en ik merkte meteen dat men dat niet gewend was. Het kwam misschien wel op het goeie moment: de filmindustrie zat toen nog in een fase waarin de houding tegenover Afrikaans-Amerikaanse acteurs aan het groeien was. Maar volgens mij had men de boodschap een film of twee, drie later al wel begrepen.”

Zijn er parallellen tussen ‘Foxy Brown’ en ‘The L Word’?

“Ik zie geen grote raakpunten. De samenleving is ook veranderd: we leven nu in een wereld waarin er meer wordt nagedacht, waarin oppressie geen plaats meer heeft. Iedereen heeft homoseksuele vrienden, zwarte vrienden, enzovoort. Er is meer kennis over de wereld, en dus ook meer openheid. The L Word gaat dus niet meer om het doorbreken van een stigma: die strijd is gestreden. Nu gaat het om het creëren van kennis, en van begrip, over de lesbogemeenschap. Want daar blijft wel een leemte: de samenleving staat er wel open voor, maar men weet nog steeds te weinig over die gemeenschap om hem te begrijpen. En dan is stereotypering niet ver weg.”

Wat begrijpt men dan niet?

“Mensen hebben bijvoorbeeld nog steeds de indruk dat er verschillende ‘types’ lesbiënnes zijn. Maar de realiteit is dat die gemeenschap een heel complexe microcosmos vormt. Er zijn zoveel variabelen, zoveel lagen. Een tweede element waarover de serie volgens mij doet nadenken is de vraag waarom we eigenlijk zoveel interesse hebben in de seksualiteit van anderen. Waarom kan mensen het schelen dat een vrouw met een vrouw slaapt? Omgekeerd geldt dat overigens ook: als een lesbische vrouw haar hele leven in de kast wil blijven, moet dat kunnen. Dat is haar keuze.”

Ziet u uw rol in The L Word als uw tweede comeback, na uw hoofdrol in Quentin Tarantino’s Jackie Brown in 1997?

“Ik doe niet aan comebacks. Ik denk gewoon niet in die termen. Als ik dat wel deed, zou ik maar één topfilm om de tien jaar kunnen doen, want ik ben een iets oudere, Afrikaans-Amerikaanse vrouw. En die worden niet elke dag gevraagd voor een hoofdrol. Maar dat hoeft ook niet: ik heb in heel wat indiefilms geacteerd en deed ook een hoop acteerwerk voor televisie. Je probeert alles wat je aanspreekt, dat is je job. Het feit dat je even niet in de publieke belangstelling bent geweest, betekent dus niet dat je niet hebt gewerkt. Ik heb een loopbaan die 35 jaar overspant, een privéleven waar ik gelukkig mee ben, sociale doelen waarvoor ik me inzet, ik train raspaarden op mijn ranch in Colorado… Ik laat mijn loopbaan niet definiëren door de pr- en marketingmensen of de media. Meer nog: ik vind het beledigend dat ze dat proberen. Mijn loopbaan is van mij, en ik ben de enige die ze in perspectief mag plaatsen.”

→ Plaats commentaarCategorieën: Televisie

Egotrip: De Morgen

mei 7, 2009 · Laat een reactie achter

Vandaag in de papieren versie van De Morgen heb ik het over een trend die ik al langer, met veel plezier, had zien aankomen: Hollywoodfilms van de toekomst bevatten terug meer échte effecten. Doet me terugdenken aan die autoachtervolgingsfilms uit de jaren ‘80: als het shot niet helemaal goed was, reden ze nog een auto in de prak. Mooi!

drmanhattanfromtrailer

→ Plaats commentaarCategorieën: Egotrip · Film

Zeer fijne dvd-box: ‘Generation Kill’ ****

mei 1, 2009 · Laat een reactie achter

generation-killNadat ze vijf jaar lang de endeldarm van de Amerikaanse samenleving hadden geëxploreerd in het fantastische The Wire grijpt het producentenduo David Simon en Ed Burns deze keer die andere rijpe zweer in de American Dream aan: de Amerikaanse bezetting van Irak. Generation Kill is eerder een reeks van zeven telefilms dan een waarachtige tv-serie, en behandelt de onzekerheid van Amerikaanse mariniers die het Midden-Oosterse land binnenvallen met een boude, journalistieke precisie. De afleveringen getuigen van een nauwelijks te overziene chaos, alsof de makers je de onzinnige gruwelen van de oorlog niet alleen willen tonen (wat overigens òòk gebeurt), maar je ze ook tot in het diepste van je wezen willen laten voelen. Alle zekerheden van de tv-kijker worden overboord gegooid in Generation Kill, net als – indien je het punt hier nog niet begrepen had – in de oorlog zelf: verhaallijnen lopen door elkaar en gaan zelden écht ergens naartoe, conversaties zijn opzettelijk verstokt van drama, en zelfs de duurtijd van de afleveringen is niet vast bepaald. Net zoals… Je snapt het al. Een reeks die zich als een rottweiler in je strottenhoofd vastbijt.

→ Plaats commentaarCategorieën: Film

Vijf redenen waarom het niks wordt met de DSi

april 30, 2009 · Laat een reactie achter

Mijn vijfjarige dochter vindt de Nintendo DSi fantastisch, en speelt er eigenlijk geen games op: ze houdt meer van de foto- en geluidspelletjes die op het apparaat zelf staan. De rest van de wereld loopt er echter minder wild van, en ondergetekende liet zelfs een vette boekdeal bij Easy Computing schieten (ze hadden me gevraagd een ‘tips en trucs’-boek voor de DSi te maken) omdat er eigenlijk weinig over te schrijven valt. Er zijn dan ook redenen genoeg om de DSi in de winkelrekken te laten liggen. Zoals deze vijf, opgesomd door MSNBC.

090219_nintendo_dsi_par1

→ Plaats commentaarCategorieën: Games

Interview: David Reeves (Sony PlayStation Europe)

april 29, 2009 · Laat een reactie achter

De Brit David Reeves houdt het voor bekeken als Europees hoofd van Sony PlayStation. Jammer, want de man was een van de minst beknepen CEO’s die ondergetekende ooit heeft geïnterviewd. Om dat te bewijzen druk ik hier een interview af dat ik eind vorig jaar van hem afnam, en toen publiceerde in De Morgen.

dirty_nail

Sony was jarenlang de absolute marktleider met de PlayStation 2. Nu blijven jullie al bijna twee jaar hardnekkig op de derde plaats hangen. Steekt dat?

“Psychologisch doet dat pijn, ja. We willen nummer één zijn. Maar halfweg de jaren ’90 kwamen we ook van nergens, en moesten we een markt zien te veroveren die werd gedomineerd door Nintendo en Sega. Nu zijn we, door omstandigheden, opnieuw in die positie van uitdager geraakt, en dat is misschien niet zo slecht: het zet ons terug op scherp. We hadden de PlayStation 3 twee jaar geleden aan een lagere instapprijs moeten verkopen: honderd euro goedkoper was niet slecht geweest. De prijs is nu nog altijd redelijk hoog voor sommige consumenten.”
Had u het succes van de Nintendo Wii verwacht, jullie belangrijkste concurrent?

“Nee, en ik denk niet dat iemand hen had zien komen. De Wii leek, vanuit een technologisch standpunt, niets speciaals. Maar die controller maakte het hele verschil. Hun focus op bredere, gezinsgeoriënteerde games heeft een hoop gamers in de markt getrokken, en dat is goed voor iedereen.”
Critici zeggen dat de Wii zijn tijd heeft gehad. Gelooft u hen?

“Ze zullen sterk blijven. Op een bepaald moment zal er een saturatie gebeuren, maar het succes van de Wii zal niet plots ophouden.”

Microsoft heeft de strijd voor de eerste plaats in de console-oorlog al opgegeven. U ook?

“Ik denk niet graag in termen van ‘oorlog’. Het is goed voor consumenten dat er meerdere spelers bestaan. Er zijn ook meer dan twee automerken. We zitten niet zo verveeld met ons marktaandeel: we draaien voldoende volume, en hebben onze eigen plaats veroverd op de markt. We moeten met drie fabrikanten ervoor zorgen dat de markt blijft groeien, dat er nieuwe consumenten blijven bijkomen die videogames spelen. Als dat niet langer het geval is: dàn hebben we pas een probleem.”
Yves Guillemot, CEO van de Franse game-uitgever Ubisoft, denkt nochtans dat de volgende consolestrijd een bloedbad wordt, waarin wellicht één van de huidige spelers zal sneuvelen.

“En ik denk dat er net nieuwe consolefabrikanten zullen bijkomen. Spelers als Apple en Samsung kunnen concurrenten worden voor PlayStation. Je moet begrijpen dat dit nog maar een relatief jonge, groeiende en aantrekkelijke business is: alles kan gebeuren. Er zijn al momenten geweest waarop er een hoop fabrikanten tegelijkertijd waren, en die kunnen nog terugkeren. Kijk eens naar de mobilofoonindustrie: daar duiken om de haverklap nieuwe spelers op, die af en toe zelfs het leiderschap van elkaar overnemen. Dat kan ook nog gebeuren met spelconsoles.”
Jullie positioneren de PlayStation 3 niet alleen als een gameconsole, maar ook als een Blu-Ray-speler. Soms zelfs zonder erbij te vermelden dat je ook games kunt spelen op het ding.
“We geloven sterk in Blu-Ray, maar de groei is erg traag. We zien de PlayStation 3, die nog steeds een van de goedkoopste Blu-Ray-spelers is, als een katalysator voor de standaard. Er komt ongetwijfeld een moment waarop je losstaande Blu-Ray-spelers voor minder dan 50 euro in de winkel vindt, net als dvd-spelers nu, maar dat duurt nog wel eventjes. Ook de PlayStation 3 zakt overigens, net als alle spelconsoles, nog in prijs, dus het duurt nog wel even voordat losstaande Blu-Rayspelers het overnemen.”
De PlayStation 2 staat, na bijna negen jaar, nog steeds in de winkels. Hoeveel jaar kan die nog mee?
“Ik denk nog twee, maximum drie jaar in West-Europa, elders wellicht nog langer. Dat hangt ook in grote mate van het land af. We verkochten er vorige maand vijfenzeventigduizend in Saoedi-Arabië. Dat zijn er meer dan we er het afgelopen jaar in Zwitserland sleten. Landen met een consumentenmarkt die zich aan het ontwikkelen is, blijven aantrekkelijk voor de PlayStation 2.”
Krijgen jullie de PSP, jullie draagbare PlayStation-console, nog wel juist gepositioneerd? Het is niet de meest succesvolle console in zijn segment, het is ook niet de best verkopende mediaspeler, en een paar toegevoegde applicaties – zoals een digitale camera en een gps-zender – grijpen de consument niet meteen bij de strot.
“De PSP doet het relatief goed, maar het toestel heeft een ‘killer application’ nodig. We zijn die nog altijd aan het zoeken. Er komen ook te weinig games voor op de markt: game-uitgevers houden vaak hun PSP-versie voor het laatste. Er zijn een aantal eenvoudige dingen om op het systeem te lanceren, zoals die gps, maar we hebben nog steeds geen game gevonden die de console definieert.”
Hoe ziet u de concurrentie van mobiele telefoons voor de PSP? Er wordt veel naar de iPhone gekeken als het nieuwe draagbare gameplatform.
“Zoals net gezegd: ik sluit Apple niet uit als een concurrent, zeker niet op de mobiele markt.”

→ Plaats commentaarCategorieën: Games

‘Desktop’-pc ziet zijn einde naderen

april 28, 2009 · Laat een reactie achter

Eind vorig jaar gebeurde voor het eerst wat analisten al een jaar of vijf hadden voorspeld: er werden wereldwijd meer laptops verkocht dan klassieke desktoppc’s. Niet véél meer (er gingen volgens het Amerikaanse marktonderzoeksbureau iSuppli welgeteld honderdduizend meer laptops dan desktops over de toonbank, en dan nog uitsluitend tijdens de zomermaanden van 2008), maar toch: de verhouding tussen verkochte desktop- en laptoppc’s is ondertussen fifty-fifty, terwijl de laptop pakweg zeven jaar geleden nog een nichetoestel was. De bureaupc, die binnen twee jaar zijn dertigste verjaardag viert, is duidelijk terrein aan het prijsgeven. Volgens analistenbureau IDC zal het aandeel van laptops eind dit jaar alvast 55 procent van de computermarkt innemen, en die opmars gaat wellicht nog verder. “De verkoop van desktoppc’s blijft vlak, terwijl de laptop nog steeds wereldwijd een groei van meer dan tien procent ziet”, zegt Jim Wong, productdirecteur van de Amerikaanse computerfabrikant Acer. “De wereldwijde economische crisis zal wel een factor zijn, maar ze verklaart de discrepantie tussen bureaupc’s en laptops niet.”intel-20_jaar_pc-01

Die meerverkoop van laptops duikt bovendien op in de twee belangrijkste gebruikerssegmenten: professionele gebruikers zijn veel vaker op de baan dan vroeger dankzij de opmars van thuiswerken, en ook voor privégebruik hebben consumenten liever een lichtere, mobielere pc dan het traditionele model, dat uit vier of meer componenten bestaat (computer zelf, toetsenbord, muis, scherm, eventuele luidsprekers) en op zijn minst een halve werktafel inneemt.

De laptop vormt echter niet de enige bedreiging voor de klassieke bureaupc. Een nieuwe kaper op de kust, die nauwelijks anderhalf jaar geleden ineens uit het niets opdook, is de netbook: een miniatuurlaptop die zich perfect kwijt van alle eenvoudige computertaken (zoals surfen of tekstverwerken), maar wel minder dan half zo groot is dan de gemiddelde laptop. Die lijkt in de eerste plaats een bedreiging voor de laptop, maar volgens Jim Wong van Acer, dat wereldwijd de marktleider is in de verkoop van netbooks, is dat een veronderstelling die niet klopt. “We zien slechts een kannibalisatie van vijf à tien procent in het aantal verkochte laptops. De rest zijn dus gebruikers die vooral voor het gebruiksgemak en de ‘value for money’ gaan.”

Ook binnen het segment van de ‘staande’ pc’s krijgt het klassieke model concurrentie. De laatste jaren is er een stille remonte ontstaan van een computervorm die in de vroege jaren ’90 snel uitstierf maar daarvoor relatief succesvol was: de huiscomputer. In de jaren ’80 brachten elektronicamerken als Commodore, Philips en Amstrad elk hun eigen computer op de markt, elk met een eigen besturingssysteem en met software die niet op andere computers werkte. De bedoeling van die toestellen was in de eerste plaats om in de huiskamer terecht te komen, waar ze werden aangesloten op het televisietoestel. In de late jaren ’80 en vroege jaren ’90 kozen particuliere consumenten echter voor een computervorm die tot dan toe vooral in het bedrijfsleven werd gebruikt: de Windowspc, die veel krachtiger was dan al die huiscomputers en met uniforme software werkte. Daardoor richtte de consument  een speciale plaats in zijn huiskamer in voor een toestel dat daar eigenlijk niet voor gemaakt was.

En nu wil diezelfde consument de pc daar weg. Hij moet opgaan in het meubilair van de huiskamer, en er dus veel mooier uitzien. Computermakers brachten de afgelopen jaren pc’s op de markt die zo klein zijn dat ze kunnen worden weggemoffeld in het tv-rekje (zoals de Mac Mini van Apple en de Nova van de Taiwanese fabrikant Asus) en, zoals vroeger, rechtstreeks op het televisietoestel kunnen worden aangesloten. Een ander model dat bijzonder populair aan het worden is, zijn pc’s waarin het scherm geïntegreerd is, zodat de gebruiker in essentie slechts één toestel in zijn huiskamer heeft staan. Het beste voorbeeld daarvan is de iMac van Apple, die reeds van bij het allereerste model in 1998 uit één stuk bestaat. Maar ook andere computerfabrikanten brachten soortgelijke toestellen op de markt, en innoveerden het concept zelfs een beetje: computerbouwer Hewlett-Packard bracht vorig jaar bijvoorbeeld de TouchSmart-pc op de markt, een alles-in-éénpc die over een aanraakscherm beschikt en dus voor de eenvoudigste handelingen zelfs geen toetsenbord of muis meer nodig heeft.

→ Plaats commentaarCategorieën: Elektronica · Internet · Software

Fantastische dvd-box: ‘In Treatment’ ****

april 28, 2009 · Laat een reactie achter

intreatmentEventjes denk je: dat wordt niets. Twee mensen (een psychiater, gespeeld door rasacteur Gabriel Byrne, en diens vier verschillende patiënten) die een half uur lang tegen elkaar zitten te zwetsen, zonder dat de actie zich buitenshuis verschuift. Maar de aardige timingtrucjes in de gewaagde HBO-serie In Treatment (de intro van de eerste aflevering duurt enkele seconden, en toont gewoon een vrouw die in tranen uitbarst) houden je lang genoeg in het zadel tot je de onderliggende thematiek begint te appreciëren. En vanaf dat moment ben je wég.  Je trekt je het lot van de vier patiënten in geen tijd aan: een vrouwelijke spoedarts die verliefd is op Byrne’s personage, een luchtmachtpiloot die zich komt afvragen waarom hij geen gewetenswroeging heeft, een al dan niet suïcidaal tienermeisje dat al dan niet een relatie heeft met haar veertigjarige coach, en een koppel dat worstelt met de vraag of ze het kind waarvan de vrouw zwanger is nog wel willen. En daarna komt, elke vijf afleveringen, de climax: Byrnes personage, dat zelf in een zware ziels- en huwelijkscrisis zit, vertelt bij zijn eigen shrink welke miserie de verhalen van zijn vier patiënten bij hém allemaal lospeutert. Waar blijven jullie, Canvas?

→ Plaats commentaarCategorieën: Druk

Nieuwe site maakt MMO van ‘Leisure Suit Larry’

april 27, 2009 · Laat een reactie achter

Wie al games speelde in de late jaren ‘80, herinnert zich ongetwijfeld klassiekers als ‘Leisure Suit Larry in the Land of the Lounge Lizards’, ‘Police Quest’ en ‘Space Quest’. Op de website Sarien kan u die gewoon in uw browser spelen. Net als tientallen tot honderden andere spelers, overigens: terwijl u de games speelt, ziet u ook de Larry’s en de Roger Wilco’s van andere spelers rondhossen. Leuk!

larry

→ Plaats commentaarCategorieën: Games

‘Deep Media’ huwt verhalende inhoud met marketing

april 27, 2009 · Laat een reactie achter

Toen gamegigant Electronic Arts afgelopen najaar zijn horrorgame ‘Dead Space’ lanceerde, verzoop die onbekende titel in de marketinggekte rond bekendere kleppers als ‘Gears of War 2’ en ‘Call of Duty: World at War’. De game kreeg een goed onthaal bij recensenten, maar werd – met anderhalf miljoen verkochte exemplaren voor twee gameconsoles en de pc – slechts een relatief succes aan de winkelkassa.
Maar voor Electronic Arts was de game niet het eindstation: vanaf het moment waarop de eerste storyboards werden getekend, ging eveneens de productie van start van een zesdelige reeks strips, een animatiefilm op dvd, een game met een losstaand verhaal voor de op een ander publiek mikkende Nintendo Wii-console, en een interactieve website met korte webfilmpjes (zogeheten ‘webisodes’).

Electronic Arts-opperhoofd John Riccitiello noemt de aanpak, die het bedrijf in de toekomst wil toepassen op een vijftiental andere producties en ook op bestaande videogamereeksen, ‘IP Cubed’: eerst wordt er een verhalend universum uitgedacht (de ‘intellectual property’ of IP), die vervolgens als container wordt gehanteerd voor games, films, tv-reeksen, strips, boeken, en interactieve websites. Er is geen centrale component meer, waarop vervolgens wordt verdergebouwd in termen van merchandising: alles komt in één keer op de consument af, die vervolgens uit die mediabarrage kiest welke onderdelen van het overkoepelende verhaal hij wil beleven, en welke hij liever in het midden laat. Die keuze wordt bepaald door de mate waarin hij wordt geboeid door het verhaal, maar ook door welke media hij verbruikt: er zijn filmliefhebbers die nooit videogames spelen of strips lezen, en omgekeerd.watchmen

Electronic Arts is niet het enige entertainmentbedrijf dat naar die overkoepelende aanpak groeit. Een toenemend aantal recente producten past evengoed in een bredere mediacampagne, waarin de verhaallijn van één product wordt verlengd door dat van een ander, in een ander medium en dikwijls voor een ander publiek. De stripverfilming ‘Watchmen’ werd bijvoorbeeld bijgestaan door twee kleinere videogames – een voor mobiele telefoons en een voor de Xbox 360- en PlayStation 3-console – die elk hun deel van het achtergrondverhaal opvulden, en twee afgeleide films op dvd. De Amerikaanse televisiereeks ‘Heroes’ werd drie jaar geleden samen met een reeks via het internet verspreide strips gelanceerd. De Amerikaanse stripuitgeverij Marvel Comics veranderde in 2007 zijn naam in Marvel Entertainment, en produceert nu ook zelf films op basis van zijn stripboeken: niet toevallig was ‘Iron Man’, de eerste film uit die Marvel Entertainment-stal, de meest getrouwe Marvel Comic-verfilming ooit. En ‘Star Wars’-bedenker George Lucas schudt geregeld wat extra cash uit de zakken van de consument door een multimediacampagne te lanceren. Vorig jaar deed hij dat nog met ‘Star Wars: The Force Unleashed’,  dat bestond uit een videogame, een roman, een stripreeks, en zelfs Lego-speelsetjes.

Die nieuwe aanpak, die door entertainment- en mediawatchers ‘Deep Media’ wordt genoemd, is in essentie het tegenovergestelde van het model dat al decennia wordt gehanteerd in de industrie: eerst werd er een product (meestal een film of een televisiereeks) op de markt gebracht, en als dat succesvol genoeg was kwamen er afgeleide producten. Maar die halen niet altijd de kwaliteit van het originele product: zie recentelijk de verfilming van de videogame ‘Max Payne’, die slechts enkele weken in Belgische bioscopen liep.

Door een overkoepelende aanpak, waarin alle producten tegelijkertijd worden uitgedacht, kan die consistentie in kwaliteit en commerciële waarde wel worden ingebouwd. Bovendien versterken alle producten elkaar in de verkoop, en wordt ook de marketing een onderdeel van het verhalende universum. De grenzen tussen product, merchandising en zelfs de reclamecampagne vervagen. De website die het verhaal van Dead Space ondersteunt, noknownsurvivors.com, vertelt niet alleen zijn deel van het verhaal, maar is ook een goeie barometer voor het succes van de hele franchise. Volgens Electronic Arts trekt de website nog altijd 100.000 tot 200.000 maandelijkse bezoekers aan, en een vijfde daarvan werd pas gerealiseerd nadat de strip, de game en de film op de markt waren gekomen. “De verhalende inhoud werkt ook als marketing, en de klassieke marketingkanalen vertellen een deel van het verhaal”, zei Andrew Green, online marketingmanager bij Electronic Arts, afgelopen zondag tijdens een rondetafelgesprek over Deep Media in de Amerikaanse stad Austin. “Vreemd genoeg bouw je pas een gemeenschap rond je producten als elke component op zichzelf staat.”

Dat zelfversterkende effect is de kern van het verhaal. De ultieme redenen waarom entertainmentbedrijven deze nieuwe richting inslaan is namelijk de spreiding van inkomsten en risico’s. Electronic Arts zag dat zijn klassieke model – melk een succesvol game uit door er jaarlijks een vervolg op uit te brengen – uitgewerkt is, en Marvel Entertainment merkte enkele jaren geleden dat de verkoop van zijn strips afkalfde terwijl filmstudio’s miljoenen binnensleurden door zijn producten te verfilmen. Het mediaverbruik bij consumenten is de afgelopen tien jaar bovendien zwaar veranderd: bioscoopkassa’s rinkelen bijvoorbeeld minder, terwijl mensen meer geld uitgeven aan videogames of dvd’s. Het houdt dus meer steek om breder te gaan. En door de opmars van het internet wordt er meer en meer geëist dat er delen van de ervaring gratis worden weggegeven: ziedaar de ‘webisodes’ bij Dead Space, die ook via YouTube worden verspreid.

Tegelijkertijd is ook het risico op een flop groter: de Deep Media-aanpak betekent namelijk dat er vanaf dag één moet worden geïnvesteerd in verschillende producten tegelijkertijd, zonder dat die hebben bewezen dat ze aanslaan bij het publiek. Daarom ook is de integratie tussen product en marketing zo essentieel: er moet zo snel mogelijk een ‘community’, een gemeenschap van fans, worden opgebouwd. “Eerst moet er een gepassioneerd, creatief centrum zijn”, zegt Green. “Dat wordt vervolgens doorgegeven aan de gemeenschap, die wordt uitgenodigd om eraan deel te nemen. De verkoop van de producten is niet het doel waar je naartoe werkt: het is de start.”

→ Plaats commentaarCategorieën: Druk · Film · Games · Internet · Televisie